Tipsheet Praten met je puber

Praten met je puber

Acht praktische tips om met je puber in gesprek te komen en te blijven, plus een tipsheet om te printen.

Een goed gesprek met je puber kan een hele uitdaging zijn. Omdat je kind geen zin heeft om te praten en al zucht voor je je vraag hebt gesteld. Of omdat er sinds de puberteit alleen nog oneliners als ‘gaat wel’ en ‘weet ik niet’ uit komen.

En dat terwijl er genoeg is om over te praten: uitgaan, drank en drugs, schermgebruik of gamen, vapen, seksualiteit, schoolprestaties, taakjes in huis. Hieronder vind je acht tips om met je puber in gesprek te komen én te blijven.

Tipsheet Praten met je puber

Alle tips overzichtelijk op één vel, om te bekijken of uit te printen en op de koelkast te hangen.

Download de tipsheet

Ouder en puber in gesprek1. Houd de lijnen open

Blijf nieuwsgierig en begin een gesprek met iets luchtigs en positiefs: wat ging er goed vandaag? Hoe was het online? Waar heb je om gelachen? Stel open vragen als je meer wilt weten over de belevingswereld van je kind. Vragen als ‘hoe was dat voor jou?’ of ‘wat vind je daar eigenlijk van?’ leveren soms verrassende antwoorden op. Je kunt suggesties doen, maar probeer te voorkomen dat je gaat invullen. Daardoor kan de deur weer dichtgaan.

2. Toon interesse

Oprechte interesse in het verhaal van je kind is de basis voor goede communicatie. En dat is ingewikkelder dan het lijkt. Hoe vaak vraag je iets terwijl je met iets anders bezig bent? Op die momenten is het lastig om echt aandachtig te luisteren, en voor je het weet trap je in een valkuil: oordelen, preken of meteen met oplossingen komen. Hoe goedbedoeld ook, dat is iets anders dan interesse tonen.

Houd je eigen mening dus zoveel mogelijk voor je en geef je kind de tijd om het verhaal te doen, zonder dat je steeds inbreekt. Zeg daarna pas wat je zelf vindt. Bij pubers geldt in het bijzonder: luisteren is minstens zo belangrijk als praten. En houd er rekening mee dat je kind niet alles met jou wil bespreken. Dat hoort erbij; sommige onderwerpen zijn nu eenmaal voor leeftijdsgenoten.

3. Komt het uit?

Niet alleen jouw hoofd moet leeg zijn, je kind moet ook openstaan voor een gesprek. Net thuis na een lange schooldag, de ochtend na een avond stappen of vlak na ruzie met een vriend: dat is misschien niet het juiste moment. Respecteer het als je kind aangeeft niet te willen praten, maar wees wel duidelijk dat het gesprek er nog komt. Andersom hoef jij je ook niet onder druk te laten zetten om meteen antwoord te geven op een vraag van je puber.

Goed om te weten: de beste gesprekken ontstaan vaak tijdens gewone dagelijkse bezigheden. De meeste jongeren vinden dat prettiger dan een gesprek waar je speciaal voor gaat zitten, want als je samen met iets bezig bent, kan je kind makkelijk het oogcontact vermijden als het lastig wordt. Zorg dus dat je genoeg thuis bent op die gewone momenten. Een scène in een serie, een incident op school of een artikel in de krant kan een mooi aanknopingspunt zijn.

4. Let op je gesprekstechnieken

Let erop dat het gesprek niet verzandt in ‘praten tegen’ in plaats van ‘praten met’. Stel vragen die uitnodigen om verder te vertellen. Je kunt suggesties doen (‘kan het zijn dat je… omdat je…?’), maar vul niet te veel in hoe je kind zou voelen of denken, want dan loop je het risico dat het zich afsluit. Stel ook niet te veel vragen achter elkaar: je wilt een gesprek, geen verhoor. En bespreek één onderwerp per keer. Ga er niet van alles bij halen omdat je blij bent dat je eindelijk in gesprek bent, want dat schrikt een volgende keer af.

5. Wees een veilige haven

Als je wilt dat je puber met alles bij je terechtkan, moet je kind zich veilig voelen om te vertellen. Gesprekken over gevoelige thema’s lopen vaak stroef omdat je puber bang is voor wat je van hem of haar zou vinden. Probeer dus zo neutraal mogelijk te reageren, ook als je een duidelijke mening hebt.

Luister eerst, stel open vragen en kom niet meteen met oordelen of oplossingen. Wil je je kind toch aanspreken op een voorval? Keur dan het gedrag af, niet je kind als persoon. Je mag prima zeggen dat je je boos of teleurgesteld voelt, en vragen hoe je kind de situatie denkt op te lossen.

6. Fouten zijn oké

Geef je puber de ruimte om fouten te maken, ervan te leren en ze te herstellen. Zo leer je je kind verantwoordelijkheid te dragen. Laat je kind zelf oplossingen bedenken voor problemen die door eigen handelen zijn ontstaan, en wees niet te kritisch: veeg je de ideeën meteen van tafel, dan is het gesprek klaar. Neem de oplossingen serieus, ook al heb je twijfels, en kijk samen naar de haalbaarheid. Waarschijnlijk komt je kind zelf tot de conclusie dat die ene oplossing toch niet zo goed is. En zo niet, waarom zou je je kind dat niet zelf laten ervaren?

7. Gun jezelf en je puber een pauze

Lopen de emoties te hoog op om nog rustig te luisteren? Of lukt het je kind op dat moment niet om kalm te praten? Probeer dan niet koste wat kost door te gaan. Het is prima om even rust in te lassen en af te spreken dat je er later op terugkomt. Jullie kunnen allebei laten bezinken wat er gezegd is en tot nieuwe inzichten komen. Soms helpt het ook om eerst allebei op te schrijven wat je wilt zeggen en dat aan elkaar te laten lezen.

8. Houd het positief

Gaat het contact een tijd moeizaam, dan ontstaat er makkelijk een negatieve spiraal. Probeer dat te voorkomen. Waak ervoor dat je het gedrag van je kind te veel op jezelf betrekt of ziet als een persoonlijke aanval. Pubers verzetten zich meestal niet om jou af te wijzen, maar omdat ze met zichzelf worstelen. Juist omdat ze weten dat ze jou niet kwijtraken, is het veiliger om zich op jou af te reageren dan op hun vrienden.

Blijf complimentjes geven voor wat wel goed gaat, hoe klein ook. En ook als je het niet met elkaar eens bent, kun je laten merken dat je het fijn vindt dat je kind heeft verteld hoe het erover denkt.

Loopt het gesprek vast?

Kom je er samen niet uit? Bel ons via 088-0029922, mail naar info@lisalelystad.nl of stel je vraag via het formulier.

Stel je vraag

Verder lezen