Jongeren faalangst

BLOG • Faalangst bij jongeren: hoe ontstaat het en wat helpt?

Hoe ontstaat faalangst bij jongeren, hoe herken je het, en wat helpt? Je leest praktische tips om spanning te verminderen en zelfvertrouwen op te bouwen, samen met Welzijn Lelystad.

Faalangst is de angst om te falen of iets fout te doen. Een beetje spanning kan helpen: het zet je op scherp en zorgt dat je je best doet. Maar als de angst te groot wordt, kan een jongere juist vastlopen. In dit blog lees je hoe faalangst bij jongeren ontstaat, hoe je het herkent, en wat kan helpen om de spanning te verminderen en het zelfvertrouwen op te bouwen.

Hoe ontstaat faalangst?

Hoe faalangst ontstaat, verschilt per jongere. Soms is het simpelweg de overgang van de basisschool naar de middelbare school: een periode waarin je kind zich staande moet leren houden in een nieuwe omgeving. De groeiende druk om te presteren, met meer toetsen en verantwoordelijkheden, maakt dat voor sommige jongeren extra uitdagend.

Jongeren die in hun jeugd nare gebeurtenissen hebben meegemaakt, lopen meer risico op faalangst. Denk aan:

  • gepest worden op de basisschool;
  • een scheiding van ouders;
  • het verlies van een dierbare.

Zulke gebeurtenissen hebben vaak een negatief effect op het zelfvertrouwen. Een jongere ervaart dat het niet altijd controle heeft over het eigen leven en niet alles kan voorkomen. Daardoor kan het alerter en gespannener worden, om zichzelf te beschermen tegen nieuwe zorgen.

Persoonskenmerken en faalangst

Naast de omgeving spelen ook persoonskenmerken een rol. Jongeren met autisme (ASS) hebben bijvoorbeeld sneller last van spanningsklachten. Een middelbare school biedt weinig structuur, met steeds wisselende roosters en onverwachte wijzigingen. Dat vraagt veel schakelen, waardoor het brein sneller overprikkeld raakt en minder goed kan ontspannen.

Andere kenmerken die faalangst kunnen versterken zijn perfectionisme, en dyslexie, dyscalculie of TOS (taalontwikkelingsstoornis). Die kunnen een jongere onzeker maken over de eigen capaciteiten, wat de spanning en faalangst verder vergroot.

Hoe herken je faalangst?

In de klas kan faalangst zich op verschillende manieren uiten:

  • Overschreeuwen: brutaal of druk gedrag, of voortdurend grappen maken om de onzekerheid te maskeren.
  • Ontvluchten: thuisblijven met vage klachten en zo onopvallend mogelijk proberen te zijn.

Faalangst kan ook fysieke signalen geven, zoals benauwdheid, spierpijn, slaapproblemen, vergeetachtigheid, darmklachten (diarree of verstopping) of somberheid. Een hoog stressniveau kan zelfs het geheugen blokkeren, wat leidt tot een black-out tijdens een toets. Hoe slim een leerling ook is, het presteert dan onder niveau. De teleurstelling die volgt, versterkt de onzekerheid, waardoor de faalangst verder groeit.

Wat kun je als ouder of docent doen?

Om faalangst te verminderen, helpt het als een jongere leert om de angst bespreekbaar te maken. Een paar dingen die daarbij kunnen helpen:

  • Zorgen delen. Door met bijvoorbeeld een mentor te praten, kun je samen stressverlagende oplossingen bedenken. Ook een medeleerling of iemand uit het eigen netwerk kan daarbij helpen.
  • Grote doelen opdelen. Maak een grote taak, zoals een spreekbeurt of werkstuk, behapbaar door ‘m op te delen in kleinere stappen. Beloon elke stap en plan voldoende pauzes in.
  • In het hier en nu blijven. Door te letten op de ademhaling en kleine successen te benoemen, leert een jongere de zorgen wat los te laten.

Een mooie vraag om te stellen is: “Waar ben je trots op wat je deze week hebt gedaan?” Dat helpt om oog te hebben voor wat wél goed gaat. Ook helpt het om gedachten te leren beoordelen. Laat de jongere zichzelf vragen stellen als: “Helpt deze gedachte mij, of werkt hij tegen me?” en “Welke gedachte kan mij wél helpen?” Bijvoorbeeld:

  • “Ik doe mijn best, en meer dan dat kan ik niet doen.”
  • “Zonder fouten kun je niet leren.”

Vrije tijd als bron van zelfvertrouwen

Naast school kunnen activiteiten in de vrije tijd, zoals sporten of een hobby, helpen om faalangst te verminderen. Die activiteiten zijn vrijblijvend en bieden een fijne manier om zelfvertrouwen op te bouwen. Een jongere ervaart dan dat het niet iets is dat móét, maar iets dat mág, en dat kan een wereld van verschil maken.

Dit blog schreven we samen met de jeugdpreventiewerkers van Welzijn Lelystad. De jeugdpreventiewerkers zijn er voor jongeren die op school vastlopen door problemen in de thuissituatie, zoals een scheiding, persoonlijke problemen van de ouders of financiële zorgen.

Aanbod faalangsttrainingen in Lelystad

Voor 8 tot 12 jaar

In de training Je bibbers de baas leren kinderen van 8 tot 12 jaar hoe ze angstsignalen en gevoelens kunnen herkennen en hoe ze zich beter kunnen ontspannen. De training wordt gegeven door MDF.

Meer over Je bibbers de baas

Voor 12 jaar en ouder

De faalangstreductietraining is bedoeld voor leerlingen in het voortgezet (speciaal) onderwijs met lichte faalangstklachten. De training is preventief: de leerling werkt in groepsverband of zelfstandig online aan het verminderen van de klachten. Deze training wordt gegeven door het Jeugdpreventiewerk van Welzijn Lelystad.

Meer over het jeugdpreventiewerk

Meer over faalangst en spanning

Wil je verder lezen? We hebben een tipsheet over omgaan met angstklachten, en de training Je bibbers de baas van MDF voor kinderen die faalangstig zijn.

Tipsheet: omgaan met angstklachten Training: Je bibbers de baas

  • Welzijn Lelystad